| De Osteria van Massimo en Cecilia
Marzi ligt in het centrum van het stadje en is alleen’s
avonds open voor het diner. ‘s Ochtends geven Massimo en
Cecilia kooklessen. Horeca Bullettin volgt zo’n cursus van
drie dagen van nabij met als medecursist amateurkok Arend Oort,
lid van het Culinair Gilde Zeeland.
Drie ochtenden zullen we een Toscaanse lunch van drie gangen bereiden
en die samen met Cecilia en Massimo nuttigen. We beginnen om tien
uur en Cecilia, die in de keuken staat, is dan al naar de slager,
de bakker en de groentenman geweest. Een groothandel kent zij
niet en dat geldt voor veel van haar collega’s. Daardoor
vind je in Toscaanse dorpen en steden nog kleine winkels met vers
plaatbrood dat per fewicht wordt verkocht, prachtig vlees en natuurlijk
salami en prosciutto, heerlijke ham, vers van het mes en kruideniers
die een keur aan olijfolie en kaas verskopen. Ze vertellen er
– in het italiaans – een heel vaerhaal bij en zijn
trots op hun producten.
Intussen heeft Massimo de wittewijn koud gezet, want elke ochtend
om half elf nehmen we even pauze om van een streekwijn te genieten.
Tasvarnelle ligt tussen Florence en Sienna in het gevied van de
Chianti Classico. De stad is omringd door wijngaarden en olijfboomgaarden.
Olijfolie vormt de basis van de Toscaanse keuken. Steeds voor
het koken giet Cecilia bijna een kwart liter olijfolie in een
koude pan. Geen Olio di Sansa di Oliva, simpele kookolie, maar
Olio Extra Vergine di Oliva. Na de bereiding gaat er dan vaak
nog een scheutje olijfolie fij en ook op tafel staat altijd de
olijfolie klaar zodat de gasten naar eigen smaak nog wat olie
kunnen toevoegen.
Wij zijn gewend om bij het koken eerst de olie te verhitten en
dan het vlees er in dicht te schroeien, Cecilia echter doet vlees
of groenten met de koude olie in de pan, draait het gas hoog en
laat de olie in groenten of vlees trekken.
Daarna gaat er af en toe een scheutje wijn, bouillon of water
bij. Verhit je de olie eerst dan zal het gerecht veel te zwaar
op de maag liggen, legt Massimo uit.
De eerste ochtend maken we als voorgerecht Minestra di Pane, een
groentensoep met de consistentie van een dikke pap. We koken in
zout water voorgenweekte witte bonen en Arend maakt er een puree
van in de „passatutto“, een roerzeef zoals onze grootmoeders
gebruikten. In de keuken van La Gramola doet Cecilia alles met
de hand. Er is alleen een electrische snijmachine, onontbeerlijk
voor het snijden van de prosciutto en de salami, de antipasti
die aan elke maaltijd vooraf gaan.
In schijven gesneden wortelen, courgettes, grofgesneden uien,
aardappelen, knoflook en selderij gaan met anderhalve deciliter
olijfolie in de koude pan en bruinen onder voortdurend roeren,
Dan volgen peterselie en basilicum, vervolgens snijbonen, peper
en zout en daarna savoyekool en een zwarte kool, de Toscaanse
cavolo nero. Als de groenten zijn geslonken voegt Cecilia anderhalve
liter bouillon toe met de witte bonenpuree en na vijftien minuten
zachtjes trekken bedekt zij de bodem van een vuurvaste terracotta
schotel met sneetjes oud brood. Arend mag de dikke groentenbrij
op het brood scheppen en na een poosje rust de massa omscheppen.
Weer gaat er wat olijfolie bij.
Deze soep wordt op het Toscaanse platteland veel gegeten, de volgende
dag wordt er weer brood toegevoegd en alles voor een tweede keer
opgewarmd, de smaak is anders geworden en nu heet de soep Ribollita
wat gewoon „opnieuw gekookt“ betekent.
Aluminium pannen
Cecilia kookt in veelgebruikte, lage aluminium
pannen met een grote doorsnede en in plaats van een koksmes gebruikt
zij een mezzaluna, een halvemaanvormig mes met twee handvaten
om groenten en gekookt vlees te snijden.
Net als elders in Italië worden in Toscane de koude voorafjes,
de antipasti, gevolgd door warme voorgerechten, de primi piatti
en vaak sijn dat soepen als de Minestra di pane ed de Pappa al
Pomodoro, de dikke tomatensoep die we de tweede dag leren koken
of een pasta zoals Pappardelle es een brede vor, van tagliatelle
en onder leiding van Cecilia maken we die vers. Cecilia stort
bloem van harde tarwe op het werkblad en breekt vier eieren in
een kuiltje in het midden. Arend leert al draaiend met de vingers
een deeg te maken, dat vervolgens wordt gekneed en heel dun uitgerold.
De dunne deegplakken rolt hij als een pannenkoek op en vervolgens
snijdt hij die in anderhalve centimeter brede linten. Op dezelfde
manier maak je tagliatelle die smaller is of de nog smallere tagliolini.
Intussen schroeit Cecilia boven het gas de veertjes van een die
ochtend op de marktgekochteend, die Arend vervolgens in stukken
mag hakken, die daarna alweer met koude olijfolie in de aluminium
pan gaan, vergezeld van knoflook en blaadjes salie. Als de eend
gebruind is en een beetje afgekoeld mogen de cursisten vel en
vet verwijderen en het vlees van de votjes pulken.
Het eendenvlees wordt daarna met de mezzaluna fijngesneden zoals
je krokettenvlees fijn snijdt en gaat terug in de pan om met fijngesneden
selderij, wortel, peterselie en knoflook bruin te worden gebraden,
waarna wijn wordt toegevoegd. Na een half uurtje gaan er tomaten
bij, af en toe wat bouillon en na een uur hebben we een saus van
eendenvlees: sugo di anatra, een hemelse toevoeging aan de pappardelle
die we in vier minuten beetgaar hebben gekookt.
Goedkope vleessoorten
Van oorsprong is de Toscaanse keuken een arme boerenkeuken.
Al lijkt dat in strijd te zijn met de truffels die in alle ristorantes,
osterias en trattorias rijkelijk worden toegepast. Massimo laat
ons de aardse geuren opsnuiven van een glazen pot vol truffels.
Tagliatelle tartufo is niets meer dan pasta met olijfolie en truffels,
maar het is onze favoriete primo piatto. In de keuze van het vlees
herkennen we de oorspronkelijke eenvoud van de Toscaanse keuken.
Cecilia leert ons rund – en varkensschouder bereiden, Stracotto
al Chianti en Maiale al tegame con verdure. Maiale is varkensvlees
dat tot “draadjesvleevs” wordt gestoofd. Tegame is
de benaming van de brede , ondiepe pannene en verdure zijn groenten.
Stracotto is rundvlees, ook weer van de schouder of de nek, dat
Cecilia als een rollade bij elkaar bindt en dat eerst in de olie
wordt gebraden en dan met wortel, uien, selderij, veel tomaten
en een glas Chianti gestoofd tot er van de groenten niets meer
is te bespeuren dan een geconcentreenrde saus.
We leren Tiramisu maken al is die niet echt Toscaans. De Tiramisu
van La Gramola is heel licht en er komt geen warmtebron aan te
pas. Met suiker opgeklopte eidooiers worden vermengd met Mascarpone,
waarna we er de stijfgerklopte eiwitten door heen spatelen. In
individuele glazen schaaltjes mogen de cursisten in sterke koffie
gedrenkte lange vingers rangschikken en er daarna de mascarponemassa
op lepelen. Een laagje geraspte chocolade als afdekking en dat
is alles. Drank komt niet aan te pas.
De drank bewaren tot het laatst. Als nagerecht eten we op de derde
dag Biscottini con Vinsanto. Biscottini zijn amandelkoekjes en
die leren we zelf maken van bloem, eieren, een mengsel van gist
en vanille, amandelen en suiker. De deegrolletjes garen op een
bakplaat in de oven en worden direct uit de ove diagonaal in schijfjes
gesneden. Binnen een paar minuten zijn ze hard en bros. Je doopt
ze in Vinsanto, een dessertwijn gemaakt van de Trebbiano –
en Malvasiadruif. We praten na bij een espresso en een grappa,
afkomstig van La Marronaia, de gerestaureerde oude boerderij van
Luigi Dei, de broer van Cecilia die ook een heerlijke witte wijn
maakt: Vernaccia di San Gimignano.
Een kennismaking met de keuken van La Gramola is uitstekend te
combineren met een vakantie in Toscane. Het leuke is dat je ‘s
avonds in een ristorante van die verrukkelijke crostini (geoosterd
brood) met kippenleverpasta eet en dat Cecilia je in een oogwenk
leert hoe je ze zelf kunt maken.
|